2026 Voorjaar

 

Begin maart een geplande vakantie naar Naumburg betaald, vrij kort nadat de VS in oorlog komt met Iran. Die oorlog loopt redelijk uit de hand en uiteindelijk dreigt de VS dat als in de nacht voor ons vertrek Iran niet aan een aantal voorwaarden voldoet, het land te vernietigen op een illegale manier en maakt dat ook nog eens met behulp van bizar taalgebruik duidelijk. Iran geeft aan in dat geval de complete olie en gasopwekking in de omringende landen te zullen vernietigen.

Bij ons begint een dag of vier voor vertrek zich de vraag op te dringen wat als dit inderdaad uit de hand loopt de gevolgen voor benzine tijdens onze vakantie kunnen zijn. Dit gaat zo ver dat we een dag of twee voor vertrek in ieder geval scenario’s verzinnen om eventueel dichter bij huis te blijven en de kosten voor de trip naar Naumburg maar te slikken. We besluiten wel af te wachten tot de morgen van ons vertrek voor we een definitieve beslissing nemen.

Dag 1 woensdag 08-04-2026 Wickede

We worden wakker met een bestand in de Golf en helaas ook keelpijn. Ondanks dat besluiten we toch naar Naumburg te vertrekken. De kat wordt naar een onderkomen in de Lage Vuursche gebracht waar ze in haar hele jonge jaren al eens eerder heeft gelogeerd. Ook hier gaat iets niet helemaal lekker, de toegang naar Lage Vuursche vanuit Utrecht blijkt afgesloten te zijn zodat we een fors stuk om moeten rijden. Uiteindelijk zijn we zo’n anderhalf uur bezig om poes weg te brengen wat we toch wel wat erg lang vinden worden. Het onderkomen zelf lijkt prima, de eigenaresse stelt in ieder geval een hoop relevante vragen om goed voor het beestje te kunnen zorgen en het ziet er allemaal schoon uit. Daarnaast heeft de dame nog gezelschap van een viertal andere katten die van het rustige en ontspannen soort lijken te zijn.

Tegen half één de weg op naar Duitsland in prachtig en warm weer die de winterjas die we aan hebben in de auto niet erg prettig maakt. Het is wel te doen met wat klooien aan de temperatuurinstelling en de ventilator stand van de airco, maar we zijn blij dat de jas uit kan als we onze eerste stop maken net over de Duitse grens bij rastplatz Hohe Heide. We doen er ruim vijf kwartier over om daar te komen wat vooral komt door werkzaamheden bij de IJsselbrug waar men natuurlijk net gisteren mee begonnen is en de grens overgang waar drie Duitse politiemannen niets staan te doen maar het niet erg opschiet.

Het volgende stuk is de A3 af, wat vlot gaat en dan de A2 op richting Dortmund waar het druk en chaotisch is, vooral op het eerste stuk door werkzaamheden, waarbij aan de andere kant helemaal een mega file staat die ons dan al doet besluiten om in ieder geval via een andere route naar huis te reizen. Als we de A1 opdraaien om een uur of drie gaat het fout. Bij het invoegen op de snelweg waar file staat rijdt er een vrachtwagen naar binnen die ons de indruk geeft juist ruimte voor ons te laten om in te voegen. Ondanks dat het allemaal niet hard gaat weer een hoop blikschade en frustratie maar we lijken in ieder geval verder te kunnen. Als ik met de Poolse chauffeur het schadeformulier in wil vullen is er een hoop gebel met Polen maar mag hij het niet invullen want het is mijn schuld. Als ik aangeef dat ik ook in dat geval een ingevuld formulier nodig heb lijkt hij dat eerst wel maar dan toch weer niet te gaan doen. Uiteindelijk de politie maar gebeld die er na een half uur is. Volgens hun is het inderdaad mijn fout maar willen ze dat we eerst de auto’s ergens anders neer zetten waarna zij een formulier in vullen voor de verzekering en ik 35 euro mag betalen als schuldige.

Dat formulier maken duurt een minuut of tien en na anderhalf uur zijn we weer onderweg voor de laatste dertig kilometer die na het verlaten van de A1 bijzonder vlot gaan en waarbij we nog vlak voor we bij onze plaats van bestemming zijn tanken. Iets na vijf uur staan we naast het hotel “Haus Gerbens” in Wickede wat er niet onaardig uitziet, maar wel wat gek tegen een industrieterrein aan ligt en voor de deur een mooi uitzicht heeft. We krijgen kamer zes van de man die ik nog even aan de telefoon heb gehad vanmiddag om te melden dat we later zouden zijn. Hij vraagt of we nog steeds om half zeven willen eten, we vragen of we niet eerst wat kunnen drinken en dan om zeven uur eten wat ook prima is. Als we de bagage ingeruimd hebben en nog even kort buiten hebben gekeken denken we dus iets te gaan drinken maar dat kan dan pas om zes uur volgens een ander personeelslid want ze hebben net pauze. Heel bijzonder ook weer.

 

 

Dan maar terug naar de kamer waar ik nog wat administratieve zaken afhandel en een douche neem die lekker is. Wel jammer dat ze een witte douchemat in een witte douchebak leggen, want die zie ik pas als ik de douche aan heb gezet en er in wil stappen en dus zeiknat is. Dan maar een handdoek als douchemat gebruikt. De kamer zelf is wat krap, maar de sanitaire voorzieningen zijn wel ruim opgezet. Minpunt is dat we de kamer boven de keuken hebben wat veel kabaal van de keukenventilatie geeft als we het raam open zetten.

Om tien over zes mogen we dan toch in de “gaststube” gaan zitten, een donkere houten koekoeksklok ruimte die je smaak moet zijn, waar we samen naast elkaar aan een tafeltje op een bankje aan een drankje gaan. Voor mij een droge riesling uit de Rheingau die prima is. Ik krijg een karafje van 0,2 liter in een koeler waar ik dacht een glas te bestellen. Eega gaat voor twee cola light. We komen niet echt tot veel conversatie en zijn allebei het gebeuren van vanmiddag nog aan het verwerken. Tegen zeven uur krijgen we de menukaart en verhuizen we naar een tafeltje waar we allebei aan een tafelhoek kunnen zitten zodat we wat dichter bij elkaar zitten en niet hoeven te schreeuwen.

De kaart ontleden is niet heel makkelijk maar we komen een heel eind en gaan uiteindelijk allebei voor een ander voor- en hoofdgerecht. Wel nemen we allebei nog een karafje van dezelfde riesling. Reisgezel heeft vooraf een heerlijke garnalen cocktail met grapefruit, tomaat en venkel. Ik heb een overheerlijke zalmtartaar met avocado ijs, rode ui en limoen. Pittig en lekker en lijkt iets uit de Zuid Amerikaanse keuken. Als hoofdgerecht voor madame een beef tartaar met brood en voor mij zeeduivel met parelgort, selderie en mosselbouillon die ook weer top smaakt en ook nog eens zo goed vult dat desserts niet nodig zijn en we allebei met een prima Cappuccino afsluiten. Om half negen van tafel en meteen de complete rekening van het eten, hotel en ontbijt betaald waarbij we nog een tijdje aan de praat raken met de chef gerant van vanmiddag over ons ongelukje, de Duitse politie, en de verschillen tussen boetebedragen in Nederland en Duitsland die mega blijken te zijn. De bediening was trouwens in handen van een leuke vlotte, makkelijk en ontspannen converserende jongere collega van de man. Die ons ook nog eens gerust stelt dat de bagage zonder problemen in de auto kan blijven, volgens hem gebeurd er nooit wat op de parkeerplaats en hebben ze camerabewaking.

 

 

Op de kamer toch het raam dicht gedaan vanwege de herrie en begonnen aan het boek “Crapuul” van Frank Bokern. Nog een uur of twee gelezen en daarna de tandjes gedaan en licht uit. Moeilijk bed, nogal zacht en hele gekke kussens. Na een tijdje toch het raam iets open gezet en daarna met oordoppen de nacht in. Uiteindelijk slaap je altijd wel wat maar het wordt voor ons allebei geen beste nacht, veel wakker gelegen en ik krijg halverwege ook weer meer last van mijn keel. Om zeven uur ben ik wel echt wakker en om kwart voor acht spreek ik maar eens uit wat ik eigenlijk al sinds we gisteravond terug op de kamer waren in gedachten heb, dat ik eigenlijk liever naar huis wil als verder gaan. Het gevoel bekruipt me continu dat het niet goed is om verder Duitsland in te gaan en het beter is om in de buurt van huis te zijn en te blijven. Reisgezel is eerst wat aarzelend maar uiteindelijk gaat ze er in mee maar vindt ze dat we het nog maar eens aan het ontbijt moeten bespreken.

Dag 2 Donderdag 09-04-2026 Utrecht

Om acht uur naar beneden waar we in een andere ruimte mogen ontbijten waar aardig wat mensen zitten die zo te zien allemaal in de kost zitten. Een oudere dame regelt de bediening en zet ons aan een tafel waar al een kan koffie staat waar ze later nog suiker aan toevoegt. Het ontbijt is wat beperkt, een niet te pellen gekookt ei, jus d’orange op de bon, het fruit niet echt vers maar wel lekker brood en veel beleg. De koffie is ook niet onaardig. Ter verdediging het ontbijt kost ook maar 12,= maar voor een gebakken ei moet je bijvoorbeeld bijbetalen dat hebben we nog nooit mee gemaakt. Ik heb niet echt honger en eet voor een hotelontbijt erg weinig voor mijn doen. Onder het eten “van Mossel” gebeld met de vraag wanneer we de schade uiterlijk moeten melden, dat maakt hun niets uit mag ook over twee weken. Uiteindelijk besluiten we inderdaad naar huis te gaan en stuur ik een berichtje naar de verhuurster van ons vakantieadres met enige uitleg.

Na het eten maak ik nog een korte wandeling in de buurt van het hotel en bepaal bij terugkomst een andere route terug naar Nederland, die via Munster naar Enschede gaat en tot aan de Nederlandse grens geen snelweg kent. Om half tien weer in de auto gestapt en dat binnendoor schiet niet erg op, na vijf kwartier staan we net voorbij munster stil op een parkeerplaats. Hier bel ik de eigenaresse van ons vakantieadres omdat ze niet op ons berichtje reageert. Ze neemt wel op maar ik heb de indruk dat ik haar wakker bel. Ik leg een en ander nog een keer uit, ze vindt het heel sneu en jammer en vraagt wat ze met de betaling moet doen. We spreken uiteindelijk af dat het bedrag blijft staan voor een volgende keer maar dat we dan wel rechtstreeks contact op moeten nemen met haar voor een boeking.

Na twee en een half uur rijden we Nederland weer in en dan ook meteen voor het eerst de snelweg weer op. Onderweg is het nog warmer als gisteren met 22grC en ondanks de slechte nachtrust voel ik me toch een stuk fitter als gisteren. Op de A1 nog een stop gehouden en daarna in één keer door naar Utrecht waar we om twee uur parkeren na bij Amersfoort nog in de file te hebben gestaan omdat al het verkeer naar de A28 wordt geleid omdat de A1 af is gesloten door een ongeval. Uiteindelijk lang onderweg maar het rijdt wel een stuk prettiger en rustiger allemaal als gisteren.

Dag 3 maandag 13-04-2026 Oisterwijk

Na drie dagen tot rust komen, even niets moeten en wat andere vakantiebestemmingen verzinnen en regelen, vandaag om twee uur de auto in en naar de oude bekende “de Rosep” in Oisterwijk gereden voor weer een arrangement van twee nachten. Het idee is even gepamperd worden, weer in de vakantiestemming komen en vanuit hier een dag Breda bezoeken wat voor ons een geheel onbekende plaats is. Aan het eind van de week gaan we nog een weekje naar een vakantiepark in Volendam. Inmiddels ben ik ook vrijwel verlost van neus- en keelklachten.

Tien voor twee richting Oisterwijk waarbij het onderweg buitengewoon rustig is en prettig rijdt in tamelijk grijs weer. Alleen vlak voor Oisterwijk is er wat oponthoud omdat er om wat onduidelijke redenen ingevoegd moet worden. De rit door Oisterwijk zelf is weer knudde en om klokslag drie uur staan we voor de receptie. Op de parkeerplaats is het beduidend drukker als de vorige keer, wat vooral lijkt te komen door mensen die hier cursussen volgen. Inchecken gaat weer vlot, we krijgen de bekende twee consumptiebonnen en de kaart voor kamer nummer 60 die zo ongeveer het verst van het restaurant afligt constateren we na een aardige wandeling door de nodige gangen. De kamer is wel een stuk groter als de vorige keer wat ook voor de badkamer geldt en het is er prettig fris.

 

 

Ik pak snel wat zaken uit en trek andere schoenen aan om nog een wandeling naar het “Kolkven” hier in de buurt te maken. Bij de receptie vind ik gelukkig een plattegrondje met wat knooppunten van wandelroutes in die hoek zodat ik het ook weet te vinden, ik vraag me af of dat zonder plattegrondje uiteindelijk ook goed was gegaan. De wandeling is leuk, volgt in eerste instantie het beekje “Rosep” en daarna kom ik via bos en wat kleine vennen terecht bij een leuke uitspanning midden in het bos waar het druk is met spelende kinderen en mensen die een versnapering nemen. Hierachter ligt het “Kolkven” wat er fraai bij ligt en waar ik een stuk langs de oever wandel. Men waarschuwt wel voor blauwalg. De terugweg is wat minder interessant omdat ik de kortste weg terug neem omdat het toch allemaal weer net wat verder wandelen is als gedacht, daarnaast wordt het toch ook wel wat erg warm in een winterjas zodat ik blij ben dat ik na zo’n zeventig minuten weer terug ben en eens even de kop onder de kraan kan steken.

 

 

Om half vijf samen als eersten de serre ingelopen voor een drankje en tot onze verrassing regent het op dat moment, in ieder geval geluk gehad met de wandeling. Na ons lopen nog snel twee andere tafels vol met wat oudere lotgenoten. Lekker zitten met leuk uitzicht op heel veel verschillende struiken en bomen die in mooie groene voorjaarskleuren aan het uitlopen zijn. De bediening is in handen van een wat dikkige jongen die de horeca duidelijk ook weer niet snapt en later begrijpen we dat hij uit Griekenland komt. Dame neem als gratis consumptie een warme chocolademelk met slagroom en ik probeer een Verdejo die het mollige en volle mist waarom ik ze vaak wel prettig vind. Als tweede ronde voor dame een cola zero en voor mij een rosé “Pasqua 11” uit de Veneto die ik er van verdenk van in ieder geval ook Sauvignon Blanc druiven te bevatten door de smaak van kruisbes en groente. In ieder geval interessanter als de Verdejo. Deze ronde bestellen we bij de bekende dame van de vorige keer waarvan we de indruk hebben dat ze mogelijk wat anorexia achtige problemen zou kunnen hebben. Tot zes uur op ons gemak gezeten en vooral de klokken betreffende vakanties in relatie tot de toestand in de wereld eens gelijk gezet. Komt er eigenlijk op neer dat we voortaan als de wereld in brand staat dichter bij huis willen blijven. Enige probleem in deze is dat je nog wel eens zo vroeg boekt dat je ook niet weet wat de wereld nog gaat brengen, tijdig annuleren is dan de boodschap.

Op de kamer eerst maar eens gedoucht wat, ondanks dat het weer in het bad moet, prima gaat. Wat meer ruimte en een prima in te stellen kraan. Nog tot zeven uur verder liggen lezen in het boek “Crapuul”. Aardig boek wat gaat over arbeiders in een verpauperde wijk in Maastricht vanaf 1840 ten tijde van de industriele revolutie. Eigenlijk een afspiegeling van wat er in Engeland en Wallonie ook op grote schaal heeft plaats gevonden maar dan bijna een eeuw eerder. Hier in Nederland is het een herhaling van zetten die eigenlijk alleen in Maastricht en Enschede is voorgekomen. Duidelijk verhaal van uitbuiting door Industrielen en kerk die zowel de macht in de lokale als landelijke politiek hadden en vooral stuurden op een enorme voorraad werkvolk in de omgeving zodat men de lonen steeds verder kon verlagen, wat leidde tot kindersterfte en uiteindelijk blijven er dan geen arbeiders maar allerlei landlopers over in zo’n wijk. Meest bizarre aan het hele verhaal is dat in de jaren vijftig en zestig van de 19e eeuw men dan eindelijk een einde aan de betreffende wijk wil maken en de bewoners onder brengt in een soort opvoedkundige nieuwbouw deelwijkjes of “woonscholen” alsof het hier debielen betreft.

Om zeven uur aan tafel waarbij nog zeven andere tafels bezet zijn met vooral Belgische medemensen. Grote verrassing het menu wat we krijgen is, behoudens het dessert exact hetzelfde als de vorige keer op de eerste avond. Wederom de zalm op drie manieren met een dillesaus als voorgerecht en de parelhoenfilet met truffeljus en diverse groenten als hoofdgerecht. Op zich geen straf want het smaakt weer prima maar wel enigszins jammer. Later vragen we aan de ober die ons bediend hoe dit kan en of we morgen dan weer hetzelfde als de vorige keer gaan krijgen. Hij vraagt dat na en komt terug met de opmerking “waarschijnlijk een rogvleugel” maar dat is nog niet zeker. Zou in ieder geval iets anders zijn. De wijn wordt een Albarino die prima bevalt, vol, fruitig niet overdreven strak. Wel irritant is dat onze Griek de glazen zo ongeveer helemaal vol gooit als hij bij schenkt. We melden hem dan ook dat we dat verder zelf wel doen. Het dessert is een pannacotta van perzik met vanille ijs en vruchten die ook lekker is. Onder het eten gaat het wederom deels over vakanties maar dit keer in de vorm van arrangementen. Eega komt met een paar hotels die ze wel heel fijn vond. Als eerste de Swarte Ruijter, wat ik begrijp maar wel heel erg aan de prijs was en de overnachtingshotels in Ossendrecht en Roosteren. Ook die kan ik begrijpen. We sluiten af met cappuccino en zijn om negen uur terug op de kamer.

 

 

Hierna toch eens even op internet gekeken of de laatste twee genoemde hotels ook iets van arrangementen hebben, wat wel zo is alleen niet helemaal in de vorm die wij zoeken. Lijkt toch niet verkeerd om eens met ze te bellen als we weer iets willen plannen. De rest van de avond lezen tot half elf en daarna de tanden gepoetst en in bed nog tot elf uur liggen lezen.

Dag 4 Dinsdag 14-04-2026 Oisterwijk

We slapen allebei heel aardig, wel een paar keer wakker maar pas om half negen doen we de gordijnen een stukje open en is het buiten mistig. Om kwart voor negen aan het ontbijt waar we veel gezichten van gisteravond herkennen. Het ontbijt heeft één zeer positieve wijziging ondergaan, de gekookte eitjes zijn nu wel vanochtend gekookt. Onderweg naar de ontbijtzaal komen we nogal wat mensen tegen die een cursus komen volgen en dat blijft eigenlijk de hele dag door gaan met wat irritante gevolgen voor de komende avond en nacht. In de eetzaal zitten vier jongemannen met een geestelijke handicap met drie begeleiders. Die zagen we gistermiddag al aankomen en het blijken Duitsers te zijn. Op zich niks mis mee, eega stelt vrij simpel dat deze mensen ook op vakantie moeten kunnen, en dat is natuurlijk ook zo alleen verbaasd het mij nogal dat je dan in een hotel gaat zitten.

Na het eten loop ik een rondje om het complex wat in tien minuten te doen is en de zon begint nu ook langzaam door te komen. Om half elf stappen we in voor de rit naar Breda wat hier tot mijn verrassing veertig kilometer vandaan ligt waar ik dacht ergens vijfentwintig kilometer te hebben gelezen. Het rijdt op zich vlot, alleen stuurt Miep ons naar een verkeerde ingang van de parkeerplaats “Vlaszak” zodat we een ererondje mogen rijden en om tien over elf, elf euro in de automaat gooien om tot kwart over drie te kunnen staan. Het Stadsmuseum Breda zit hier om de hoek en kost € 14,50 per persoon. Zoals wel vaker hebben we geluk, van de zalen met tijdelijke tentoonstellingen zijn er twee dicht wegens het opnieuw inrichten.

De vaste collectie bevindt zich op de begane grond en gaat met name over de familie “Nassau” die hier het kasteel bezat en uiteindelijk toch de grondleggers van onze Nederlands Koninklijke Dynastie zijn met uiteraard als meest tot de verbeelding sprekende “Willem van Oranje” die hier ook een tijd gewoond heeft. Bijzonder in dit deel is het portret van Gerard van Honthorst van Maria Stuart met Willem III als peuter. Van Honthorst kennen we eigenlijk alleen maar van veel kleurigere manieristische genrestukken. Ook een Anthony van Dijck is fraai. Naast de dynastie en het kasteel blijkt dat Breda tijdens de 80-jarige oorlog precies op de grens van het protestantse en katholieke landsdeel lag wat er de oorzaak van is geweest dat het tijdens die oorlog vier keer in ander handen is over gegaan. Nooit geweten, ons is alleen de illustere inname door Maurits middels het turfschip bekend. De derde zaal van de vaste collectie gaat vooral over het Breda van de 18e en 19e eeuw met schilderwerk van diverse sterren uit de omgeving waarbij zelfs wordt gesproken over de Dongense school. Behalve van Schendel en Klinkenberg geen grote toppers naar mijn mening. Daarnaast wat leuke zaken van twee fabrieken die hier in die tijd grote werkverschaffers waren: “Machinefabriek Breda” waar stoommachines en -ketels werden gemaakt en “Kwatta” waar allerlei zaken met chocola werden geproduceerd.

In de kelder komen we dan nog twee tijdelijke tentoonstellingen tegen, eentje van de kunstenaar Anna Lange, wat lijkt te gaan over de relatie snelweg, dode dieren en rommel. Onbekende naam, moeilijk object maar we zien wel een aantal foto’s waarbij deze Anna samen met Lou Reed te zien is. Enig zoekwerk levert op dat Anna teksten van Reed in een ander, niet hier te zien, kunstwerk heeft gebruikt. De tweede tentoonstelling heet “Mon Repos” en gaat over het echtpaar “Klep”. De heer des huizes was eigenaar van de “emailleer en ijzergieterij de Etna” en zijn vrouw een serieuze amateur fotograaf in het begin van de fototijd. Het geeft een leuk tijdsbeeld van met name de mode in die dagen in mooie zwart wit foto’s. In het museum café nog een drankje genomen en de conclusie is dat we een prima museum hebben bezocht waar ze zelfs nog wat interessante lectuur verkopen die we alleen allebei net wat te duur vinden.

 

 

Vanaf het museum de stad ingelopen in de richting van de Mark. Onderweg de “Grote Kerk” bezocht die er van buiten prachtig uitziet maar van binnen ook over een paar fraaie zaken blijkt te beschikken ondanks dat het orgel gerenoveerd wordt. Mooie fresco’s en schilderwerk, intrigerende grafplaten door de enorme familiewapens her en der en de “prinsenkapel” waar de Nassau’s een grafmonument hebben nagelaten.

 

 

Bij de Mark staat nog een stuk bolwerk overeind en is het kasteel wat er ooit was inmiddels verdwenen en vervangen door een kazerne. We slingeren terug door het centrum waarbij gewinkeld wordt en we diverse grotere en kleinere pleinen gevuld met horeca tegen komen en met name in het stuk tussen Mark en kerk het aantal, vaak groezelige of zelfs verlopen café’s mega is. Uiteindelijk komen we nog terecht in de tuin van “Tante Betsie” een leuke plek voor een drankje en een lunch die je wel moet weten te vinden. Aan de voorkant van het pand is geen deur te bekennen dus je moet ook werkelijk de tuin inlopen om binnen te komen.

 

 

Vanaf hier is het niet ver meer naar de parkeerplaats en rijden we om kwart voor drie Breda uit wat gezien de drukte die al rond de snelwegen rond Breda aan het ontstaan is, mooi op tijd is. We komen nog vlot weg terwijl zich files aan het vormen zijn. Wel is het terug stukken drukker als op de heenweg. Om half vier staan we weer op het parkeerterrein van het hotel die heel erg vol gelopen is gedurende de dag zodat ik de auto maar wat verder het terrein op parkeer bij de personeelsplekken. Om vier uur zoeken we een tafeltje op het terras op waar het prima uit te houden is zowel met als zonder zon. De bediening is weer traag en ik probeer nu maar eens een Sauvignin Blanc als echtgenote een Tia Maria neemt. Ook deze wijn is weer niet bijzonder zodat ik later weer vlucht in de rosé van gisteren terwijl reisgezel over gaat op de cola zero. Het blijft me verbazen dat de open wijnen zo matig zijn als je ziet wat voor kwaliteit de wijnkaart hier heeft. De conclusie van deze dag is, onder het genot van een glaasje in het zonnetje, dat Breda leuk was.

Pas laat terug op de kamer en als een collega nog een tijdje belt moet ik me haasten om te douchen en op tijd voor het diner te zijn. We krijgen een andere tafel en het zit stampvol, met name in de andere zaal waar een hele grote groep zit te eten. Helaas toch weer precies hetzelfde voor- en hoofdgerecht van vorige keer op dag twee, namelijk Carpaccio en Kabeljauw waarbij het stukje kabeljauw wat klein en de beurre noisette wel erg minimaal aanwezig is. Wederom overkomelijk omdat het goed smaakt maar het is door de grote groep wel erg lang wachten. Zowel bediening als keuken pakken het allemaal niet top op en de grootste ergernis is dat we merken dat er als de voorgerechten van de groep eindelijk allemaal uitgeserveerd zijn er twintig minuten niets uit de keuken komt en wij opeens als eerste in een trein van hoofdgerechten aan de buurt zijn zodat men vrijwel alle tafels die nog een hoofdgerecht moeten krijgen kan bundelen. Het dessert komt daarna wel vlot en bestaat en een lekker frambozen taartje met witte chocola en frambozenijs. Ook met de wijn vallen we in herhaling want het wordt een Riesling van Nick Weiss, wat deels komt omdat die prima was maar ook deels omdat andere wijnen die we nog niet gehad hebben erg duur zijn.

 

 

Na twee uur en tien minuten zonder koffie vertrokken en weer tot half elf liggen lezen en vervolgens nog even een half uurtje in bed. Ook de nacht geeft wat ergernis omdat we wakker worden van mensen van de grote groep die rond half één naar bed gaan waarbij deuren veel kabaal maken en om zeven uur herhaalt zich dat als men gaat ontbijten. Op zich zes uur geslapen dus genoeg maar dit gevoegd bij het eten van gisteravond maakt ons wel duidelijk dat we geen zin meer hebben om hier nog een keer heen te gaan en de kans te lopen weer te maken te krijgen met een grote groep. Beetje zoals in Doesburg, eerste keer leuk en prettig met een kleine bezetting in het hotel maar de tweede keer overvol met al het gedoe van dien.

Dag 5 woensdag 15-04-2026 Utrecht.

Tegen zeven uur dus wakker en nog een tijd blijven liggen. Ook vandaag weer om kwart voor negen voor drie kwartier ontbijt aan tafel. Hier is het druk en rommelig en eet het niet heel relaxed maar gelukkig schijnt de zon weer. Om kwart voor tien uit gecheckt, een aanvullende drankrekening van ongeveer € 155,= betaald en aangegeven dat we het niet zo heel prettig vonden dat we een uur op ons hoofdgerecht moesten wachten, antwoord dat kwam omdat het wel heel druk was. Ja dat begrijpen we zelf ook wel maar dan moet je je dus wel aanpassen wat gewoon niet gebeurd is. De terugreis is drukker als heen met wat vertraging bij de Martinus Nijhoff brug en iets voor elf uur staat alles weer binnen en word ik ook precies door schade herstel van Mossel gebeld of de auto op zes mei gerepareerd kan worden. Dat is dan toch mooi vlot geregeld en prettig.

Dag 6 vrijdag 17-04-2026 Volendam

Na het boeken van het weekje Volendam komen we er achter dat precies in deze weken afslagen vanaf de A10 rond Amsterdam richting Volendam zijn afgesloten en er wordt gewaarschuwd voor een zware avondspits op vrijdag. Dus maar eens met Landal gebeld en uiteindelijk een “early arrival” van € 35,= bij betaald zodat we om twaalf uur ons huisje nr 216 in kunnen en hopen heel veel file ellende voor te zijn.

Na twee dagen thuis weer in de auto gestapt om elf uur voor het vervolg van deze vakantie. Onze hoop komt uit voorspoedige reis, geen files, wel wat druk op de A7 en prachtig weer met een graad of twintig. Iets na twaalf uur staan we voor deur van ons huisje met nummer 216, alleen blijkt de sleutelcode die ik gehad hebt dus niet voor de deur te zijn. Onverrichter zaken naar de receptie terwijl reisgezel voor de deur blijft wachten met alle bagage die daar al staat. Ik krijg in ieder geval twee sleutels als ik er om vraag maar erg vlot gaat het allemaal niet. De auto leeg gehaald en die daarna op de parkeerplaats van het park gezet, de slagboom werkt in ieder geval wel automatisch. Vlot de koelkast ingeruimd en de slaapkamers klaar gemaakt, in de badkamer hangt een enorme putlucht. Huisje tamelijk basic, niet nieuw ook niet heel oud maar wel eens een beter en prettiger ingericht exemplaar gehad. We eten samen een broodje en ik begin aan het boek “Het Monsterschip” van Luc Panhuijzen.

 

 

Na een half uurtje richting het dorp om dat een beetje te verkennen. We doen dat langs het water wat uiteindelijk niet de kortste route en ook niet de meest prettig lopende route blijkt te zijn. We komen er op de terugweg achter dat als je gewoon de bekende dijk blijft volgen je weer tegen ons park aan loopt over een wat meer egale weg die iedereen gebruikt. Op de beroemde dijk is het druk en worden we het al snel zat als we die een paar honderd meter volgen. We gaan van de dijk af waar het meteen vele malen rustiger is en we bij “Arie’s café” in alle rust op twee stoeltjes buiten kunnen zitten, wat later door de nodige andere personen gecopieerd wordt waardoor het alsnog aardig vol komt te zitten met twee stellen die regelmatig op vakantie in Volendam zijn en even willen laten weten dat ze de barman kennen en twee rokende dames uit een onduidelijk land omdat we ze niet kunnen verstaan.

We nemen allebei een colaatje en raken aan de praat met de barman die aangeeft dat dit het drukste weekend van het seizoen is voor Volendam vanwege het bloemencorso in de bollenstreek. Om eerlijk te zijn hebben we daar zo onze twijfels bij. Hij verteld verder dat het hier vooral overdag druk is met groepen die in een paar uur tijd Nederland zien, de start is een half uur Zaanse Schans en daarna anderhalf uur door Volendam en Marken waarbij ze een kaas- en klompenmakerij bezoeken en nog ergens fish en chips eten. Al deze stopplaatsen zijn van dezelfde eigenaar waar ook de reisorganisatie van is die dit aanbiedt.

 

 

Na een dik half uur weer terug richting ons park en we zakken neer op het terras van het parkrestaurant “Pieterman” voor een alcoholische versnapering. Moeders neemt een Schuumkoppe en ik een Pinot Grigio die zeer matig is. Het zit er op zich lekker alleen staan de terras verwarmers totaal nodeloos aan die later gelukkig wel uitgezet worden. Daarnaast zit er naast ons een moeder met zoon die kennelijk over is uit de VS en zichzelf wel heel erg goed vindt en graag hoort praten. Gelukkig vertrekken die na enige tijd en we kunnen ons niet helemaal aan de indruk onttrekken dat de moeder het ook wel een beetje zat begon te worden want ze bleek afgerekend te hebben zonder dat hij het in de gaten had.

Om kwart voor vier weer terug in het huisje waar ik nog wat lees en nog een rondje over het park loop voor er gedoucht en gerust moet worden. Het park is fors en heeft behoorlijk wat gestapelde woningen zodat er veel mensen op kunnen. Wel opmerkelijk is dat er twee grote parkeerplaatsen achter slagbomen zijn die bij het park horen en twee waar iedereen gewoon vier uur kan gaan staan. Op de laatste twee is het een stuk rommeliger en staan ook allerlei verlopen campers en andere ongein wat het beeld van het park wel wat naar beneden haalt. De douche is lang zoeken naar de temperatuur en daar zijn we verder de hele vakantie maar van afgebleven toen die voor mij acceptabel was maar eigenlijk nog net wat te heet. We komen er ook achter dat er een grote groep in één van de huisjes naast ons zit die continu met stoelen aan het schuiven zijn wat dwars door de muren heen komt. Op zich verder geen last van ze gehad maar dat geschuif gaat wel het hele weekend tot diep in de nacht door waar ik in ieder geval last van heb. Na het weekend zijn ze gelukkig weg en is de nachtrust wat dat betreft geen probleem meer.

 

 

Vanavond eten we bij “de Botterwerf”. Mooie grote ruimte leuk ingericht en redelijk bezocht, alleen krijgen we een tafel op een plek waar we niet zo kapot van zijn. Wel prettige muziek uit onze jeugdjaren die wel vaak afgewisseld wordt met The Cats of Piet Veerman. We krijgen te maken met een nogal bijdehante chef ober maar wel op een leuke manier. Komt regelmatig een praatje maken en verteld dat naast het restaurant een botter in de hal ligt die gerestaureerd wordt, vandaar de naam. We gaan voor een fles Grunerveltliner van Topf uit Kamptal als begeleiding van de maaltijd. Veel appel en een pepertje en past buitengewoon bij mijn hoofdgerecht. Vooraf heb ik gamba’s met een iets Oosterse touch en reisgezel Carpaccio met in ieder geval voldoende slablaadjes. Als hoofdgerecht voor reisgenote gebrande tonijn met wassabi, sesam, komkommer en kroepoek. Voor mij wordt het de vis van de dag wat zwaardvis met beurre noisette, pastinaakpuree, wortels, broccoli en frites is. We eten allebei lekker.

Tijdens het eten vraag ik waarom er buiten zo veel tulpen in bakken staan, dat blijkt te maken te hebben met het feit dat er een tulp is vernoemd naar de “Volendamse havendagen”. Er wordt ons een oorkonde getoond waar als vertegenwoordigers van het bestuur van die havendagen de namen Jan Dulles en Jaap Kwakman staan genoemd. Als we het dessert bestellen neem ik 3Js favoriet en begint me langzaam een lampje te branden en ik vraag uiteindelijk maar of ik hier bij de 3Js zit te eten als eigenaar. De chef geeft aan dat hij vijf eigenaren heeft waarvan er twee in de muziek zitten. Dat dessert zelf is chocola met drie bollen roomijs gemengd met cooky dough, pistache en stracciatella. De vrouw neemt cheesecake en het wordt allemaal net iets te veel van het goede maar prima gegeten. Na een minuut of tien uitbuiken afgesloten met een cappuccino en na twee uur staan we weer buiten.

 

 

De avond lezend doorgebracht en ondanks de herrie van schuivende stoelen wel om tien uur naar bed. Ik verplaats mijn spullen naar de slaapkamer die niet aan de herrieschoppers kant grenst en na kort nog wat lezen en het gebruik van oordoppen val ik wel in slaap maar wordt om twee uur toch weer wakker van een hoop geloop en geschuif. Uiteindelijk wel weer in slaap gevallen en ben nog een aantal keer wakker maar slaap wel redelijk wat uren bij elkaar.

Dag 7 Zaterdag 18-04-2026 Volendam

Om acht uur aan de koffie en om negen uur aan het ontbijt waarbij het buiten grijs is, volgens buienradar is vroeg in de middag ook wat regen te verwachten, ik besluit toch te gaan wandelen wat ook het plan was omdat er niet al te veel wind staat en het geen zware regenval lijkt te worden. Ik haal eerst een krant in koud weer waar ik een klein half uur mee bezig ben en als ik terug kom is eega ook uit de veren. Tot half twaalf de krant doorgelezen en nog wat puzzels gemaakt en pak dan een rugzakje in om te gaan wandelen. De wandeling gaat via de Dijk naar Edam in nog steeds fris weer en helaas blijkt men aan de andere kant van hotel Spaander de dijk net aan het versterken te zijn zodat er geen pad over de dijk te volgen is maar ik langs de straat moet en eigenlijk alleen uitkijk op een industrieterrein wat niet echt genieten is. Na een kleine anderhalve kilometer kan ik de dijk weer op die doorloopt tot de “zeesluis van Edam” die het “Oorgat” met het IJsselmeer verbindt. Langs het Oorgat kom ik uiteindelijk in het oude centrum van Edam terecht, waar wel wat toeristen rond lopen maar het gezelliger en interessanter is als in Volendam.

Na wat sight seeing loop ik bij “Sol Chica” naar binnen waar kleding verkocht wordt maar ook koffie te krijgen is en het stukken rustiger is als in de andere zaken die ik tegen kom. Ik neem een Cappuccino met een apfelstrudel die warm wordt gemaakt, alleen is die nog steeds koud als die na een tijdje wordt afgeleverd. Uit een gesprek van de dame die de koffie schenkt met een klant maak ik op dat ze in de winter in Spanje woont en in het seizoen dit winkeltje drijft met kleren die ze in Spanje inkoopt en hier verkoopt. Als ik Edam uitloop begint het een kwartier redelijk fors te regenen wat later nog een minuut of tien gebeurd maar verder hou ik het droog. De route gaat nu binnendoor via vooral woonwijken van Volendam tot aan de dijk in de buurt van de plek waar men bezig is met het versterken van de dijk. Nogal een saai en lang stuk voor ik in de buurt van de Vicentius kerk uitkom. Daar nog even gerust en wat gedronken en gegeten, ik kijk nog op de begraafplaats waar kennelijk katten bivakkeren die niet gevoerd mogen worden maar er staat wel voer.

Vanaf hier door wat oude straatjes terug en het valt me op dat de oudere huizen in Volendam allemaal twee verdiepingen hoog zijn waarbij het dak op ongeveer één derde van de bovenste verdieping schuin weg begint te lopen naar de nok. Bijna alle huisjes hebben wel een aanbouw, opbouw of dakkapel waarbij die laatste vaak zo dicht op elkaar staan dat je je afvraagt hoe een raam open moet. Ook zie je in geen enkele voortuin gras. Om kwart voor drie weer terug met redelijk vermoeide pootjes en in de tuin van de buren zitten veertien man die later weer vrolijk binnen gaan zitten schuiven.

 

 

Ik kruip een deel van de middag in bed en stap al vroeg onder de douche waarna ik tot een uur of zes lees. De buren zijn gelukkig vertrokken en blijken ook pas ’s nachts weer terug te komen dus we hebben in ieder geval een rustige avond. We eten een hele aardige bonenschotel en na wat fruit omdat we de kwark vergeten zijn. Ik doe een afwasje die ik in de afwasmachine schuif en loop nog een fris rondje haven-zuid en weer terug. Bij terugkomst een Yves Cuilleron uit St Joseph open getrokken waar ik me zeer op verheug, alleen heb ik toch niet helemaal goed opgelet ik blijk geen Viognier maar Marsanne te hebben en nog erger deze heeft op hout gelegen. Goudgeel, vanille, kweepeer, iets exotisch en stuift het glas uit. Helaas niet helemaal mijn smaak maar in ieder geval wel een rustige avond tot tien uur met boek doorgebracht.

Dag 9 Zondag 19-04-2026 Volendam

In bed nog kort gelezen en slaap wel aardig, alleen een keer wakker door thuiskomende buren die weer even moeten schuiven maar waarna het wel weer snel stil is. Om zeven uur wakker en drie kwartier later aan de koffie. Vandaag wel samen aan het ontbijt om kwart over negen en aansluitend weer een behoorlijk koud rondje haven-zuid gedaan. We willen vandaag naar de veiling in Broek op Langedijk, waarvan ik maar al denk dat ik in Broek in Waterland moet zijn wat vlakbij ligt. Dat is dus niet het geval we zijn bijna veertig minuten onderweg in mooi zonnig weer waarbij het Noord Hollandse land er in mooie voorjaarskleuren bij ligt en we ook nogal onverwacht aardig wat bollenvelden tegen komen. De terugreis hebben we minder fraai weer en zelfs af en toe wat gespetter. Onderweg hoor ik af en toe een wat zingend geluid linksachter en vraag me af of we misschien toch nog andere schade hebben, ook vind ik dat de auto bij half hard remmen wat schokkerig reageert.

De veiling is een interessant pand uit 1922, wat in 1925 nog wat uitgebreid is en heeft op zich ook een interessant kort verhaal. Maar kennelijk moet er dan toch weer van alles omheen worden verzonnen, zoals een “Experience” die een beeld van het gebied moet geven van 10.000 VC tot nu en daarnaast een soort tuin met wat bloembollen, dieren, fruitbomen en houten hutten waar men kan bekijken hoe bijvoorbeeld klompen gemaakt worden, maar dan toevallig niet vandaag. Ik doe een rondje door het gebeuren wat niet al te veel tijd in beslag neemt terwijl vakantiegezel even rustig op een bankje wacht. We hebben ook simpelweg pech want de hoofdactiviteiten bestaan uit een rondvaart door het “Rijk der 1.000 eilanden” wat er 15.000 zouden zijn en een uitleg in het oude veiling gebouw hoe die veiling precies werkte en daar krijg je een tijdslot voor die elkaar opvolgen. Wij zijn pas om 13:00 en 14:00 aan de beurt omdat er toevallig vandaag een paar grote groepen gereserveerd hebben inclusief eten. Opa en oma Slagter vieren vandaag hun vijftig jarig huwelijk in een groot gezelschap en de voedselbank van Castricum is ook vertegenwoordigd.

Dat alles betekent voor ons eigenlijk iets te lang wachten wat we oplossen door in ieder geval een bak koffie met een stuk appeltaart te nemen en ik maak nog een keer een rondje waarbij ik een kleine tentoonstelling bekijk over water in dit gebied. In het verleden was dat een behoorlijke ziektekiem omdat men er de behoeften in deed maar ook de was en het eten bereidde en het land bevloeide. Daarnaast heeft men behoorlijk last van de Amerikaans rivierkreeft die holen net op de waterlijn van de eilanden graaft om jongen te leggen waardoor de eilanden afkalven. Ook de Canadese gans is duidelijk geen graag geziene gast door overvloedige vervuiling door ontlasting en het opvreten van veel groen. Verder vermaak ik me enigszins met de rondvaart van 12:00 uur van de familie Slagter omdat er te veel mensen met de boot mee moeten wat niet past. Dat geeft dus wel enig sjagerijn bij de organisatoren in de familie.

De rondvaartboot waar wij mee mogen zit compleet vol en gaat dus tussen de akkertjes door die hier vroeger vooral voor landbouw gebruikt werden en om een en ander te verkopen had met dus een veiling nodig die per boor te bereiken was. Tegenwoordig worden de akkers nog voor een deel in stand gehouden door wat organisaties die werken met mensen met een beperking, maar het wordt ons niet bepaald duidelijk of er nou nog groenten worden verbouwd, we krijgen die indruk in ieder geval niet. Het is inderdaad goed te zien dat er eilanden af aan het kalven zijn en ook wel leuk is dat je kan zien dat de eilanden een capillaire werking hebben. Er wordt nog wat slechte uitleg over de verkaveling van het gebied gegeven en we worden gewezen op de fabriek van Lays die hier nog steeds chips van aardappelen uit dit gebied zou maken. Maar het boottochtje op zich van drie kwartier bevalt wel en is precies lang genoeg.

Als we terugkomen mogen we door naar het veilinggebouw waar de landbouwproducten werkelijk gekocht werden. Dat is een vrij klein deel van het pand waar de boten door heen konden varen en de veilingklok hing en zo’n honderd handelaren in de banken op een knop konden drukken om te kopen. Dat veilen gebeurde op deze plaats al in 1887 op de dijk in de buitenlucht en uiteindelijk heeft men dat dus wat professioneler ingericht. Het gros van het pand wat volledig op palen in het water staat was bedoeld als opslaggebouw waar de tuinders hun boten vol met te veilen zaken op konden slaan. Naast het gebouw liggen nog een paar steigers waar grotere boten aan konden leggen om de door de handelaars gekochte artikelen naar de grote steden te vervoeren. In het veilinggebouw voeren een drietal dames een show van drie kwartier op waarbij het veilen per opbod en afslag uitgelegd wordt en iedereen ook mee kan doen met veilen op de nodige pakketjes groenten en fruit die uit de supermarkt lijken te komen en serieus duurder worden betaald als daar. Op zich doen de dames het leuk maar het duurt ons net een minuut of tien te lang.

 

 

Wat ons betreft een prima uitje van twee uur, maar door de grote groepen die er rondlopen zijn we drieeneenhalf uur bezig wat we toch wat te lang vinden. Wel krijg je een houten kont van het zitten op houten bankjes op de boot en in het veilinggebouw. We zijn om half vier weer terug en hebben weer de nodige last van onze schuivende buren. De rest van de middag kijken we de Amstel Gold race die door Evenepoel gewonnen wordt. Onder het wielrennen gaan de buren eten bij Pieterman waar we ze later zien zitten als we zelf op weg gaan naar “Lotje”. Ik lees in bed het boek over Tromp uit waar ik eigenlijk niet zo kapot van ben. Het lijkt een poging tot duiding van Tromp gedurende de eerste twee jaar dat hij admiraal van de Nederlandse marine was. Daarbij wordt een poging gedaan om Tromp als een prettige man neer te zetten wat lijkt te moeten worden onderbouwt door vooral op het gedrag van zijn vice admiraal Witte de With te wijzen. Daarnaast lijkt het er op dat Tromp meer geluk als wijsheid heeft gehad toen hij zijn armada versloeg, wat ook niet zo gek is als je drukker bent als politicus/diplomaat dan als admiraal en daarnaast de Nederlandse overheid in die tijd gewoon geen fatsoenlijke schepenmacht ter beschikking stelde en later ook niet. Voor mij geen bijzonder boek.

Vanavond diner bij “Lotje”, fris en nog redelijk druk op straat maar in het restaurant slechts zeven tafels bezet, waarvan twee met een grote groep die allebei vrij vlot na onze binnen komst weer vertrekken. Helaas dicht in onze buurt drie opgeschoten Volendammers die naarmate de drank inname vordert nogal overdreven irritant aanwezig beginnen te zijn. We krijgen een mooie plek met uitzicht op het IJsselmeer en we bestellen een prima fles Riesling van Mosbacher uit de Pfalz die een VDP label heeft. Mosbacher komt uit Forst, kan niet helemaal tippen aan Heinrich Spindler in hetzelfde dorp, maar leuke wijn mineraal, peer en appel en net wat te weinig honing. Hierna duurt het wel heel erg lang voordat we kunnen bestellen en laat vervolgens het voorgerecht ook weer erg lang op zich wachten. Helaas een te jonge brigade hier zonder voldoende aansturing. De Gamba’s op zijn Cajun’s en de Carpaccio vooraf zijn prima en de hoofdgerechten diverse vis voor tafeldame en de kabeljauw met coquilles st Jacques in een romige sojasaus met gebakken groene asperges en rode paprika is zelfs bijzonder lekker. Allebei te vol voor een dessert eindigen we met een cappuccino die we gelukkig nog even ongehinderd op kunnen drinken omdat de drie heren dan inmiddels vertrokken zijn. Later komt eega er achter dat dit restaurant eigendom van Jan Smit is, kennelijk doen Volendamse sterren in restaurants.

 

 

Na negen uur weer terug en ik begin aan het boek “De Koopman van Kanton” van Roelof van Gelder waarbij ik ook de fles St Joseph leeg maak. Om kwart over tien kruipen we in bed en lezen nog kort.

Dag 10 Maandag 20-04-2026 Volendam

geen fijne nacht, rond half één word ik weer eens wakker van de buren en het lukt me daarna niet echt meer om nog lekker te slapen. Dame heeft ook een slechte nacht die is namelijk aan de diaree wat ze in eerste instantie toeschrijft aan de vis van Lotje maar later in de week wordt dat wat genuanceerd en zou het ook wel eens kunnen zijn dat ze te veel gegeten heeft als ze hetzelfde mee maakt na bij Pieterman gegeten te hebben. Om kwart voor acht aan de koffie en een half uur later even wat metingen gedaan. Vroeg eitjes gekookt en aan het ontbijt omdat ik vandaag op Marken wil gaan wandelen en de boot van half elf wil halen.

Als ik vertrek schijnt de zon nog maar het wordt wel steeds grijzer. Ik ben ruim op tijd voor de boot en moet € 16,= voor een retourtje betalen. Ik mag plaats nemen op de “Jan Smit” volgens de dame achter de kassa maar als ik dat doe begint er opeens een matroos te roepen dat ik nog niet aan boord mag. Als ze mijn kaartje heeft gecontroleerd komt het alsnog goed. De oversteek duurt ongeveer een half uur en het is niet druk aan boord met een man of twintig. De oversteek wordt met een grote S uitgevoerd en er wordt op meerdere plekken gebaggerd kennelijk is het hier niet zo simpel om een rechtstreeks vaargeul open te houden.

 

 

Als we aankomen in de haven heb ik opeens twee problemen, het begint te regenen en ook nog fors en het blijkt dat men aan het werk is op de dijken en ik het wandelpad niet op kan. Ik kijk kort wat rond om te zien of ik misschien niet al te ver hoef te lopen om toch ergens het pad op te kunnen maar besluit omdat het echt begint te gieten iets warms op te zoeken en dat wordt restaurant "land en zeezicht". Het is er niet druk en ik neem twee cappuccino en een stuk appeltaart, deze laatste is met vlag en wimpel de slechtste van deze vakantie, ook de vrouwelijke bediening is lomp en komt voor dezelfde kwalificatie in aanmerking. Tijdens de koffie bel ik partner maar eens om mijn frustraties te kunnen uiten, met name betreffende het weer want dit was toch niet echt voorspeld.

Als het even wat minder wordt besluit ik de gok te wagen dat het museum van Marken open is en wandel erheen. Onderweg kom ik de grote kerk nog tegen die open is en daar hou ik het ook een minuut of tien vol. Voor een Calvinistisch exemplaar is er nog aardig wat te bekijken. Het museum ligt vrijwel naast deze kerk en blijkt open. Voor € 4,= kan ik vooral wat Marker kleden dracht en interieurs bekijken, maar er hangt ook een behoorlijk contingent schilderen van Marker taferelen waar ook weer de nodige personen in kleden dracht op te bewonderen zijn. Vooral schilderijen uit de periode 1850-1950 van onbekende schilders die geen grote indruk maken.

Het aardigste is eigenlijk een korte film over Marken. Marken is ergens in de 13e eeuw ontstaan toen het losgeslagen werd van het vasteland. De naam Marke verwijst naar “grens”. Dat het bleef bestaan kwam doordat Friese monniken hier al landbouw op terpen pleegden, dat waren er toen zevenentwintig daar zijn er nu nog twaalf van over. Men bouwde later huizen op palen tegen de terpen aan om meer woonruimte te realiseren. Door het steeds overstromen van het land stapte de bevolking over van landbouw op visserij wat in eerste instantie uit walvisvaart bestond en later stapte men over op haringbuizen. Tijdens de watersnoodramp van 1916 vielen in Marken acht doden en was de schade groot. Dit was de definitieve aanleiding om de Zuiderzee af te gaan dichten. Toen in 1932 het IJsselmeer eenmaal ontstond begon men vanuit Marken op het IJsselmeer te vissen en kwam er een haven. Omdat het land niet meer overstroomde maakte met tussen de palen van voornoemde woningen extra woonruimte. In 1957 kwam er een weg naar het vaste land die er uiteindelijk voor zorgde dat de meeste mensen aan de wal gingen werken en tevens kinderen op de wal naar school gingen. Overstromingen zijn inmiddels uiteraard geen bedreiging meer maar men is in de huidige tijd wel beducht voor kruiend ijs.

 

 

Als ik het museum uit loop is het droog en zonnig maar nog wel koud, dat laatste wordt wel beter in de loop van de middag. Ik besluit naar de Kerkbuurt te lopen die een stukje van Marken-centrum af tegen de dijk aanligt om te kijken of ik daar mogelijk het wandelpad op kan. Voor ik de dijk bereik kom ik nog een gedenkplaats tegen voor de bemanning van een Engelse bommenwerper die op vier kilometer van Marken tijdens WWII in het IJsselmeer is neergestort. Ik kan inderdaad het pad nu wel op en loop langs de dijk naar de vuurtoren die zo ongeveer op de noordpunt van het eiland staat. Hier een korte stop gehouden en daarna via het middenpad dwars door de Markerwaard terug gewandeld. Hier is het verrassend stil, behalve dan wat vliegverkeer op Schiphol, en zitten veel vogels. Vooral veel ganzen, grutto’s en kieviten en ik zie nog een paar hazen rondrennen.

 

 

In Marken zelf doe ik nog wat sight seeing en hoor verrassend veel Frans-taligen om me heen. Het aantal toeristen valt op zich nog wel mee en als ik bij de boot terug kom blijkt die net weg te zijn en moet ik ruim een half uur wachten. Dat doe ik op een bankje aan de haven en daar zit ik in alle rust eigenlijk heel plezierig een tijdje in het zonnetje. Om 14:15 mag ik weer op de Jan Smit en varen we dit keer in een prettig zonnetje terug met iets meer mensen als vanochtend maar het zijn er nog steeds niet veel. Bij de haven van Volendam ligt een viermaster waar er vanmorgen nog een rivier cruiseschip lag.

 

 

Om drie uur weer thuis waar ik wat administratie bijwerk en onze mail sinds dagen eens bekijk. Ik heb het koud gekregen en dat gaat niet echt weg zodat ik in bed kruip maar dat helpt niet erg. Pas als ik een tijdje onder de douche sta komt dat weer goed. Na zes uur weer beneden waarbij we de indruk hebben dat onze buren gelukkig vertrokken zijn en ik in de krant duik die partner vanmorgen mee heeft genomen tijdens het doen van boodschappen. Buiten begint het weer grijs te worden. We eten een rijstschotel met kip en kwark na wat goed smaakt. De afwas in de afwasmachine geruimd en deze ook maar aan gezet, de keuken schoon gemaakt en de krant uitgelezen en aan de crypto begonnen. Als het buiten even wat minder slecht lijkt te worden maak ik nog een klein wandelrondje in het park en weet bij terug komst de crypto bijna helemaal op te lossen. De rest van de avond lezen met een paar alcohol vrije biertjes met een zakje noten en als partner om half tien gaat douchen kruip ik in bed.

Dag 11 dinsdag 21-04-2026 Volendam

Een nacht zonder geschuif, wel een paar keer wakker maar pas om acht uur echt wakker. Na koffie op bed om kwart over negen aan het ontbijt. De zon schijnt maar als ik de krant ga halen is het nog serieus koud door een stevige wind uit het noorden. De krant gelezen en wat puzzels gemaakt en om elf uur het dorp in voor een “dagje” Volendam. Metgezel heeft eigenlijk niet zo’n zin omdat er volgens haar niet echt interessante winkels zijn en ze het eigenlijk te druk vindt. We gaan toch en inderdaad valt er weinig te winkelen, al wordt er nog wel wat bij het Kruidvat gekocht, maar we belanden wel lekker in het zonnetje op het terras van café "de Boer" aan de haven. Hier gaan we voor een cappuccino en cola met een stuk appeltaart die prima is. Verder kunnen we er gezellig toeristen kijken die wel in grotere getale als gisteren aanwezig zijn.

 

 

Vervolgens staat het Volendammer museum op het programma wat een klein stukje wandelen is en bepaald niet tegenvalt. Naast de bekende interieurtjes en kleden dracht een niet onaardig overzicht van Volendammer popmuziek en zelfs meer dan aardige exposities over de bekende nieuwjaarsbrand waarbij veertien jongeren zijn omgekomen en kunstwerken van vrouwen met het thema Volendam. Een expositie met prachtige werken alleen staat nergens vermeld wie de makers zijn. Bizar is het sigarenbandhuisje wat door een priester die in 1947 met emeritaat is gegaan is gemaakt en bestaat uit allerlei afbeeldingen die nog goed gelukt zijn ook. Ook leuk is het om te weten dat in hotel Spaander rond 1900 veel schilders logeerden en er in die tijd een “Volendammer school” was. Op veel plaatsen hangen bepaald geen verkeerde werken in het museum maar of die van deze groep waren is niet duidelijk. Bij vertrek vraag ik of de Volendammer “Kwak” hetzelfde is als een Botter, dat blijkt niet zo te zijn een Kwak was een Botter, zoals een Bom die veel op het strand werd gebruikt ook een Botter was. De Kwak was een relatief groot model wat men zelfs gebruikte om op de Noordzee mee te vissen, dat was alleen niet zo’n succes omdat ze nogal eens vergingen. En geen kiel en volgens de man in het museum ook niet zo makkelijk te besturen. Later zien we bij de Botterwerf nog een Kwak die gerestaureerd wordt waarbij je ziet dat onderin het schip ruimte was voor water om vis te bewaren wat dus wel ballast gaf en het niet hebben van een kiel wat minder lastig gemaakt zal hebben.

 

 

Rond twee uur weer terug en het plan is eigenlijk om in de loop van de middag op het terras van Pieterman nog wat te drinken maar die zijn op dinsdag dicht. Na een korte siesta lopen we naar het terras van de Botterwerf waar het prima zitten is en we in eerste instantie alleen zijn, later komt er nog wel wat volk bij. Dame neemt een rosé en ik een Pinot Grigio, die we uiteindelijk ruilen omdat ik de rosé vele malen beter vindt als de Pinot als we allebei proeven, de Pinot zurig en saai, de rosé kruidig, framboos, en bes. Men is met vrijwilligers bezig om dus een Kwak te restaureren. Eén van de vrijwilligers die wel allemaal serieus op leeftijd zijn geeft wat uitleg en we mogen het schip van dichtbij eens bekijken.

Na anderhalf uur terug naar huis waar het nog even rusten en lezen is tot er gedoucht wordt. Om zeven uur naar restaurant “Smit Bokkum” wat naast de Botterwerf ligt en dus ook al vlakbij is. Bij binnenkomst druk en warm en we krijgen een rustige tafel met een bank waar we prettig naast elkaar kunnen zitten. Een ervaren brigade hier en we krijgen een indrukwekkende wijnkaart voorgeschoteld als we die vragen, niet goedkoop maar veel mooi spul. We gaan uiteindelijk voor een Vouvray Cuvée Silex van Vigneau-Chevreau uit 2023 die ons beiden zeer bevalt. In de neus heel veel honing, die in de smaak minder terugkomt maar daar vinden we veel mineraliteit, wat noten en kweepeer. We besluiten geen voorgerechten te nemen. Partner neemt een visselectie van huis gerookte vis waar patat en rabarber bij besteld worden. Dame is zeer tevreden, de rabarber is wel heel erg zoet naar mijn smaak en er moet iets van vanille doorheen zitten. Zelf neem ik de vis van de dag die bestaat uit asperges met gerookte zeebaars, krieltjes en hollandaisesaus die gewoon helemaal lekker en af is samen met de wijn. Na houden we het netjes, reisgenoot neemt een kleine Irish coffee en ik een Cappuccino met een stuk appeltaart. Naast ons zit een Frans stel van onze leeftijd ook de nodige vis weg te werken waarbij de dame het bepaald niet op krijgt, het valt zowiezo op dat je ook in dit restaurant aardig wat doggy bags mee de deur uit gaan. Rekening 151,65 mede zo hoog door de fles wijn van bijna 60,=

 

 

Dag 12 woensdag 22-04-2026 Volendam

Gisteravond na anderhalf uur eten weer op het honk waar tot een uur of tien gelezen wordt. De nachtrust is moeizaam en pas om kwart over tien aan het ontbijt. De krant met zon en fris weer gehaald en we rijden om elf uur naar Purmerend. Levensgezel kwam gisteren met het voorstel om naar het Purmerends museum te gaan omdat daar mooie art deco spul te zien is waar we allebei wel voor in zijn. Purmerend is vlakbij maar het parkeren schiet niet erg op omdat de automaat het niet doet. Het telefoonnummer wat er op staat maar eens gebeld en ik wordt verwezen naar een ander exemplaar die ook voor de parkeerplaats geldt waar we staan. Uiteindelijk voor een kleine drie uur geld in de meter gegooid.

Het museum zit in het oude stadhuis wat er leuk uit ziet. Men heeft drie verdiepingen en de start is op de bovenste. Daar leren we dat Purmerend tot onze verrassing rond 1400 al een redelijke plaats was door de handige ligging tussen de Beemster en de Purmer waar men vooral van de visserij leefde. Aan het eind van de 15e eeuw kwam er een kasteel met stadswallen en ging men langzaam over van visserij naar landbouw wat nog eens versterkt werd door de drooglegging van die Beemster en Purmer waardoor Purmerend een agrarisch centrum voor de omgeving werd. Na WW II is de stad heel hard gaan groeien omdat men als overloop- of woonstad voor Amsterdam gebruikt werd. Op de bovenste verdieping aardig wat zaken uit het verleden van de stad en de ontwikkeling van transport, markten, verenigingen en bedrijvigheid in de stad.

 

 

Een verdieping lager worden we geconfronteerd met een tijdelijke tentoonstelling van Rob Cerneus waar we weinig tot niets aan vinden en de architectenkamer. Die is wel heel boeiend, het gaat om de architecten J.J.P Oud, die voor iedereen wel redelijk bekend zal zijn, Mart Stam en Jac Jongert die alle drie in Purmerend geboren zijn. Van Mart stam heeft men nog wat fraaie ontworpen gestileerde gebruiksvoorwerpen in de aanbieding en van Jongert vooral fraaie affiches. In de gang naar de naastgelegen trouwzaal zit ook nog prachtig glas in loodwerk ontworpen door Jongert in een grote raampartij. De trouwzaal ziet er leuk uit en hangt voor met alle oranje koningen vanaf Willem de Zwijger tot en met Willempie, alleen ontbreekt Wilhelmina valt op.

 

 

Op de begane grond dan inderdaad een prachtige collectie aardewerk die men hier aanduid met Jugendstil van de vier firma’s Brantjes en Co, Haga, Vet en Co en Huizinga. Veel variatie en naast serviezen ook wel bijzondere pronkstukken. Alle firma’s zijn uiteindelijk failliet gegaan door WW I, men verkocht vooral in Engeland waar vanaf dat moment het geld voor iets anders nodig was. Op deze verdieping ook nog een tijdelijke tentoonstelling van Onno Theelen met de tentoonstelling “Vreemde snuiters” die bestaan uit met name dieren uitgevoerd in aardewerk op een andere manier. Op zich knap maar niet zo mijn ding. We sluiten af in de museumwinkel waar ook de vvv in is ondergebracht en een tamelijk vervelende opdringerige vrouw van alles aan probeert te smeren. Wel een prima museum, mooie spullen en goed gedocumenteerd, met veel plezier zo’n drie kwartier rond gekeken.

 

 

Op het plein voor het museum eens even gekeken of we op één van de terrassen wat kunnen drinken alleen zit het er net wat te fris in de wind zodat we bij café Barista naar binnen lopen. Daarna het stadje wat bekeken en gewinkeld. Qua oude fraaie panden is het niet veel meer in dit stadje, naast het stadhuis staat de Nicolaaskerk nog en er lijkt nog een Burger weeshuis te staan maar dat is het dan wel. Nogal een saaie bepaald niet fraaie stad verder waar nog wel wat gewinkeld wordt en ikzelf de boekhandel in loop maar die hebben helaas niets in de aanbieding. Om half drie weer vertrokken.

 

 

Terug de krant en crypto afgehandeld en nog een wandeling gemaakt. Als ik terug kom ligt de vrouw lekker te slapen op de bank en besluit ik hetzelfde maar even op bed te proberen. Dat lukt niet maar het ligt lekker. Na het douchen nog even wat werkzaamheden in de keuken verricht en wat zaken opgeruimd voordat we gaan eten bij “Pieterman”. Pieterman is dus het restaurant wat bij het park hoort en over het algemeen zeer druk bezocht, tijdens reserveren gisteren bleek dat de tijden half zes en zes uur al niet meer beschikbaar waren.

De conclusie na anderhalf uur tafelen is dat het voor een parkrestaurant zeker niet slecht is, maar het haalt het toch niet bij de tot nu toe bezochte restaurants. We krijgen niet het leukste tafeltje maar de bediening is vlot, jong en snel en mijn angst dat het hier wel eens erg lang kon duren gezien de drukte blijkt ongegrond. De wijnkaart is niet best en bestaat eigenlijk alleen maar uit wat matige open wijnen. We nemen de gok om toch de enige fles die niet open is dan maar te bestellen en dat pakt goed uit. Een leuke Grauburgunder van Ebeldinger uit Rheinhessen. De neus is wat vlak maar de smaak is heel leuk, kruidig, citrus, wat tropisch fruit en vettig.

Vooraf neem ik Gravad Lax die heel goed is en de dame weer de onvermijdelijke Carpaccio. Als hoofdgerecht eetgezel spare-ribs waar ik ook nog wel wat van snoep en voor mij in roomboter gebakken kabeljauw met antiboise en wat groenten. De kabeljauw is prima, de groente deels net wat te taai maar het grootste probleem is dat de antiboise lauw is wat ik nogal irritant vind als de rest gewoon wel prettig warm is. We zitten allebei te vol voor dessert en houden het bij een Cappuccino als dessert. Tijdens het eten hebben we achter mij zes dames aan het diner die wel eens zussen zouden kunnen zijn en naast ons zit een stel met een man die wel eens de broer van de man zou kunnen zijn die elkaar het eerste half uur niets te vertellen hebben. Als er wat alcohol in zit begint dat wat beter te gaan.

 

 

In de hut nog een tijdje op de kaart zitten zoeken waar ik wil gaan wandelen, gezien het feit dat ik vanaf de boot naar Marken kon zien dat er ook aan de dijk richting Monnickendam serieus wordt gewerkt lijkt het oorspronkelijke plan om langs de dijk daar naar toe te lopen niet handig. Ik zit een tijdje bij Broek in Waterland te kijken maat besluit uiteindelijk om de auto bij Monnickendam neer te zetten en daar te gaan lopen. Nog kort wat gelezen en vroeg naar bed.

Dag 13 Donderdag 23-04-2026 Volendam

Een hele prettige nacht en om kwart over negen aan het ontbijt. Vanmorgen wat metingen gedaan omdat ik geen zin heb om ze morgen te doen en mijn gewicht is de afgelopen zeven dagen kennelijk zo ver opgelnopen dat het registratiesysteem zich zorgen begint te maken of ik geen vocht vast houd. Zal toch echt van het prettige eten alhier zijn, een andere reden kan ik niet verzinnen. De krant gehaald en tot elf uur lezen en puzzelen waarna ik in de auto naar Monnickendam stap.

Ik zet de auto gratis neer bij het recreatiegebied Hemmeland. Vanaf hier gaat het een stuk naar het zuiden langs de dijk en kom je uit bij de nieuwe en oude gemalen bij de Poel, onderweg kom ik voor het eerst deze vakantie de bekende IJsselmeermuggen tegen. Een korte stop met wat water gehouden en daarna weer terug gewandeld en langs de zuid- en oostkant van Monnickendam een pad gevolgd met een mooi uitzicht op het water- en weidegebied waar het aan grenst. Hierna dwars door wat woonwijken langs het stadhuis naar het oude centrum gewandeld.

 

 

Dat bekijk ik eens uitgebreid en het ligt er toch ook weer vele malen leuker en mooier bij als Volendam. Mooie oude panden waaronder met name de oude watertoren. Veel grachtjes met bruggetjes met doorkijkjes en het begin van de haven waar wat oudere schepen liggen. Hier bij restaurant “Café de Ouwe Blauwe" op het terras, waar het druk is, een cappuccino met appeltaart genomen. De drukte in het dorp zelf valt zeer mee het is er gewoon heel prettig en leuk rondkijken. Hierna maak ik nog een rondje door het recreatiegebied Hemmeland, maar dat is niet zo heel bijzonder qua natuur. In de zomer waarschijnlijk wel heel leuk voor de jeugd met diverse zwemplekken en speelvelden en -toestellen. Ook nog wat horeca maar nu in dit seizoen alleen maar mensen die hun honden uitlaten.

 

 

Om kwart over twee weer terug en na een tijdje rusten lopen we om half vijf nog even naar Pieterman voor een afscheidsdrankje in prettig weer. Madame doet twee cola, ik twee Cava die niet verkeerd zijn met wat noot en perzik. Als we de vakantie de revue laten passeren willen we eigenlijk nog wel een keer terug naar Volendam, niet voor Volendam zelf maar wel voor het eten en er ligt nog een ander Landal “Waterpark” wat veel minder massaal is en nog iets handiger ligt wat dan het doel zou zijn. Op zich zien we nog wel mogelijkheden om hier samen wat dingen te bekijken en ik kan ook nog wel wandelingen verzinnen.

Thuis nog even douchen en vast wat zaken inpakken en opruimen waarna we naar restaurant “Al primo Piano" wandelen wat aan het begin van haven zuid ligt en bereikbaar is via wat op- en afstapjes. Volgens partner wordt het gedreven door een Italiaanse vader en dochter wat wel blijkt te kloppen. Bij de dochter vraag ik me af of ze achttien of achtentwintig is, eega is van mening in de dertig. De kaart is nogal zoeken en de wijnkaart tamelijk beperkt. Ondanks het merendeel Italiaanse wijnen valt de keus op een rosé uit de Languedoc in Frankrijk. We hebben een Lycan van Fonjoya vignerons die nauwelijks kleur heeft maar van Grenache noir is gemaakt. Moet even wakker worden maar neus roosjes en wat rood fruit, smaak kruidig, framboos iets aardbei en bevalt mij zeer.

Als voorgerecht, niet heel verrassend carpaccio, voor de dame. Ik doe wat avontuurlijkers en neem Bruschetta met verschillende toppings zoals avocado, tomaat, vis en tapenade met wisselend succes. Tafeldame neemt als hoofdgerecht linguini met mosselen en schelpen. Ze klaagt wat dat ze de linguini wel erg al dente vindt, maar als ik een hap neem vind ik dit dus gewoon een heerlijk pastagerecht. Voor mij komt kalfsvlees met een Madeirasaus en gesauteerde groenten op tafel. Groenten en kalfsvlees zijn top maar in de saus herken ik toch echt geen Madeira, op zich nog niet meteen een probleem maar ik vind de saus gewoon niet lekker.

Achter metgezel zit tijdens het eten een Frans sprekende moeder met twee jongens die zich nogal misdraagt. Voor jezelf een fles bubbels bestellen en op proberen te drinken lijkt al wat problematisch maar vervolgens zit ze continu naar de bediening te zwaaien omdat ze nog wat moet hebben, iets niet goed is of te lang duurt. Je kan merken dat de dochter des huizes hier schoon genoeg van begint te krijgen. Als wij aan ons dessert van “Affogato de Café” gaan is ze gelukkig vertrokken. Dat dessert zal wel heel Italiaans zijn maar de bol vanille- en pistache ijs die in een kop warme koffie worden gegooid zijn op zich wel lekker maar de koude koffie worden we niet zo warm van. Dus aansluitend nog maar twee warme cappuccino besteld. De rekening is € 114,= niet echt hoog in dit dorp kunnen we wel vaststellen maar de eerlijkheid gebied wel dat we het hier toch het minste vonden van de vijf restaurants die we bezocht hebben. Ik vermoed wel dat dit heel erg te maken heeft met wat je besteld want men heeft zeker hele lekkere dingen op de kaart staan.

 

 

De wandeling naar huis is fris en ik lees het boek uit over de koopman. Die man heette Jan Bekker Teerlink en is geschreven op basis van zijn administratie die de schrijver heeft gevonden in Engeland. Prettig en interessant boek, geeft een goed beeld van de handel eind 19e eeuw in Kanton. Daarnaast bepaald geen oninteressant leven van deze Jan wat de schrijver ook prettig opschrijft en waarbij hij zich aan de feiten houdt. Hooguit wordt her en der een vervolg over iets vermeld wat realistisch zou kunnen zijn gezien de tijd waarin dit speelde. Op zich heel prettig, de laatste jaren is het aantal zogenaamd op beperkte info geschreven historische boeken nogal eens ontaard in gissen en verzinnen, waarbij inderdaad wel enigszins aangegeven wordt dat de feiten niet altijd bekend zijn maar men toch de indruk wekt dat het historisch verantwoord is.

Dag 14 Vrijdag 24-04-2026 Utrecht

Gisteravond voeg naar bed en nog wel aan een nieuw boek begonnen van Becky Cooper “de dode houden we bij ons”. Slapen gaat goed wel een beetje erg vroeg wakker om kwart voor zes. Om zeven uur maar eens aan de koffie en rond acht uur hebben we alle bagage beneden staan en zitten we aan het ontbijt. Ik wil nog een krant halen maar de boekenzaak waar ik die de hele week gehaald heb is om half negen nog niet open zodat ik die maar in de supermarkt haal. Nog voor negen uur de sleutels ingeleverd en vertrokken richting huis waar we om tien over tien parkeren na een wel behoorlijk drukke reis maar het rijdt wel prima door. Vandaag voor het eerst weer dat zingende geluid heel duidelijk vooral als ik een lange linkerbocht maak, van de week verder nauwelijks nog gemerkt. Uiteindelijk thuis toch eens wat op internet gaan snuffelen en het zou wel eens kunnen zijn dat het wiellager beschadigd is als ik een en ander zo eens lees. Volgende week maar eens bellen voor een controle.

Maak jouw eigen website met JouwWeb