2026 Aachen

 

Dag 1 woensdag

Zeer vlotte zonnige reis naar Aken waar we twee uur en een kwartier over doen met een korte stop op parkeerplaats ´t Haasje waar het verrassend druk en fris door de wind is. Bij Eindhoven zit ik even te suffen en opeens op de weg naar Venlo, dat opgelost door toch maar terug te gaan bij de afslag Geldrop en we nemen voor het eerst van ons leven een stuk A76 in Limburg om in Aken te komen waarbij het bij de grens opeens begint te stokken en er controle is, maar we mogen doorrijden. De weg naar het Novotel door Aken gaat makkelijk en we parkeren prettig onder het hotel op, wat ik pas later zie, een “frauenplatz” maar die is lekker dicht bij de lift het hotel in dus we laten het maar zo.

Bij de balie moeten we even wachten op een klant voor ons voor we in kunnen checken bij een klein propje wat verder vlot gaat en we krijgen twee pasjes voor kamer 110 op de eerste verdieping en twee plattegrondjes van de stad. Verder is het erg stil in het hotel krijgen we de indruk en dat blijkt uiteindelijk ook wel te kloppen. De kamer is op zich tamelijk basic, niet heel ongezellig met twee flinke losse bedden en twee behoorlijke stoelen. Het toilet is apart van de doucheruimte die wel aardig met twee deuren, in een Japanse stijl, van de kamer is afgescheiden. De kamer bevindt zich aan de achterkant van het hotel bij een binnenplaats waar we totaal geen last van verkeer hebben maar wel één nacht enig ongemak van herrie schoppende pubers wat wel over gaat als we het raam dicht doen. We krijgen wifi niet aan de praat en we kunnen maar twee kussens vinden dus hobbelen we nog maar even terug naar de receptie waar twee extra kussens worden mee gegeven en men aangeeft dat we de niet beveiligde wifi moeten hebben en dus geen code nodig hebben. Na wat gepruts lukt het ook om de wifi inderdaad aan de gang te krijgen.

 

 

Om vier uur lopen we Aken in richting het centrum wat nog geen tien minuten lopen is en komen we rond het hotel een verbijsterende hoeveelheid “spielhalle” en bushaltes tegen, bij deze laatsten is het serieus druk. Het aantal junks rond het hotel wat genoemd werd in diverse meningen over het hotel valt allemaal wel mee voor ons gevoel. Tot aan het centrum bij de Elisenbrunnen is de bebouwing niet bepaald fraai en wat gedurende de komende dagen wel bevestigd wordt is dat in zijn algemeenheid Aken niet erg aantrekkelijk en gezellig is. De Elisenbrunnen met een leuk parkje er achter is neergezet als symbool van de kuurstad die Aken ooit geweest is en levert water uit de Kaiserquelle die als wij er staan kennelijk uitgedroogd is want er komt niets uit de twee kranen. Bijzonder is de plaquette die duidelijk maakt dat er toch diverse grootheden op deze plek gekuurd hebben van koning Pepijn in 753 tot Peter de Grote in 1717. In het pand zit ook de vvv waar men niet veel info heeft maar waar je verrassend genoeg wel wat kan drinken en eten. De Nederlandstalige info die men heeft en we mee nemen is wel heel compact en compleet maar we besluiten toch ergens anders wat te gaan nuttigen en dat wordt in het naast gelegen restaurant “Elisenbrunnen”. Daar bevalt het ons wel, leuk ingericht, veel mensen op leeftijd en veel ons kent ons in een relaxte en ontspannen sfeer. Voor de dame een grosse Cola en ik begin met een intrigerende rosé van Pinot Noir uit de Rheingau van “Stadskellerei von Ebersthal”, alleen valt die tegen wel wat framboos als aroma maar erg slap. Als tweede doe ik dan maar een Riesling uit Rheinhessen van St Anthony die beter is met iets gout de petrol, appel, citrus en wat rozenwater maar ook nog steeds niet echt een topper.

 

 

Na een dik uur babbelen en prettig zitten weer terug naar het hotel waar ik begin aan het boek 1813 – Haagse bluf van Wilfried Uitterhoeve wat gaat over de overgangstijd waarin de Franse bezetting begon te vertrekken. Na een tijdje de douche geprobeerd die prima is en naar restaurant “Verano” gewandeld waar we een minuut of vijf over doen en wat een Italiaans Mediterrane keuken heeft. Om ons heen verrassend veel Frans- en Nederlands- cq Vlaams taligen en in de bediening vooral Balkan personeel. De oudere man die ons bediend is vriendelijk en verteld op een gegeven moment hier pas een paar maanden te werken en daarvoor eenendertig jaar in Berlijn te hebben gewoond en gewerkt. Op onze vraag waarom hij daar vertrokken is krijgen we als, ons inziens wat vreemde, antwoord dat het hem daar te druk werd. De kaart is erg uitgebreid en het gaat allemaal erg snel. We slaan de voorgerechten over en reisgezel gaat voor een kipschnitzel met champignonsaus en frites waarbij de schnitzel niet helemaal bevalt en ze deze ervan verdenkt uit de diepvries te komen. Voor mij wordt het een snoekbaars filet in witte wijnsaus met aardappelen en spinazie waarbij ik dan weer het probleem heb dat de vis zelf erg zout is. Voor we aan onze gerechten beginnen krijgen we eerst nog een salade die lekker is met name door de dressing. Bij het eten een karaf riesling halbtrocken genomen die het ook niet helemaal is door te zoet, wat mogelijk wel mijn eigen schuld is gezien het woord halbtrocken. Maar wat opvalt is dat onze Franstalige buurman ook een half karafje wijn heeft besteld en zowel zijn volle glas als de karaf laat staan, dus misschien toch niet helemaal onze eigen schuld. Als dessert voor mij nog een pannacotta met aardbeiensaus die wel lekker is door een citroen touch in de pannacotta en tafeldame een Irish coffee die bloedheet is maar uiteindelijk wel wordt goed gekeurd. Ik neem nog een Cappuccino en na vijf kwartier staan we weer buiten wat we wel erg snel vinden. De rest van de vakantie zal gelukkig blijken dat de wat tegenvallende kwaliteit alhier een incident is.

 

 

Om half negen al weer terug in het hotel waar men in een grote ruimte het einde van het carnaval aan het vieren is met de “Prinz” van Aken. De avond zittend en liggend doorgebracht met een boek en zonder enige aanleiding slaat opeens mijn hart op hol en voel ik me ook niet echt prettig. Dat zakt allemaal wel weer weg maar helemaal onder controle is het nog niet als we na half elf het licht uit doen. Ik slaap slecht en heb de hele nacht ook druk op de borst met ademhalen wat ik wel ken omdat het wel eens opspeelt bij wandelen maar nog niet eerder bij simpelweg liggen.

Dag 2 donderdag

Veel voorspellingen voor de afgelopen nacht en komende ochtend gingen over sneeuw tot een uur of elf. Iets waar we allebei een grondige hekel aan hebben en die gelukkig niet klopt. Als we rond half negen de gordijnen open trekken zien we nul sneeuw en regent het nog een beetje wat om negen uur over moet zijn. Om kwart voor negen zitten we aan het ontbijt waar het niet druk maar wel internationaal is. We mogen wel zeggen een zeer uitgebreid ontbijt wat in de buurt komt van onze vrienden van v.d. Valk qua hoeveelheid aan keuzes maar de kwaliteit is wel net iets minder. Ook oppassen met zout daar gebruiken ze hier toch meer van en de jus d´orange is gewoon slecht, daar staat tegenover dat de koffie wel goed is. We houden het ook netjes, we eten ons niet ongans en van een opgeblazen gevoel is de rest van de dag ook geen sprake.

Na het eten wandel ik het “Kurpark” in wat hier om de hoek ligt. Ondanks dat het droog is, is het wel koud met een nare wind en blijk ik ook een enorme berg te moeten beklimmen. Dat lukt op zich wel en de druk op de borst is er niet meer en ik merk ook wel dat het hart rustiger is na deze inspanning. Het park zelf is niet erg spannend en fraai maar dient vandaag een ander doel. Na een minuut of veertig ben ik weer terug in het hotel.

 

 

Vandaag is ingeruimd voor het bekijken van de bekende Dom van Aken, die ook bekend is als Mariakerk in haar vroege bestaan, en de omgeving daarvan, waarbij een bezoek aan de kerkschatten en het “Centre Charlemagne” wat mij betreft ook op het programma staan. Bij de Dom aangekomen is het niet helemaal duidelijk waar nou de ingang is en lopen we wat rond in het gebied er omheen waarbij het raadhuis ook een prominente plek inneemt.

 

 

Dat zoeken naar een ingang is niet zo heel slim want de Dom blijkt nog niet open te zijn iets waar ik me niet erg in heb verdiept. We belanden dan ook in de katholieke kerk St Foillan die er vlak naast staat waar deels mooi modern glas in lood in zit en we een kaars branden.

 

 

Omdat de Dom nog steeds niet open is lopen we door naar het “Centre Charlemagne” wat wel open is maar het bijbehorende café niet omdat men vakantie heeft. Allemaal niet heel handig, als je naar binnen kijkt zie je allemaal stoelen op tafels staan en lijkt het dus net alsof het pand dicht is. Het centre kost € 10,= per persoon en is vooral een stadsmuseum waar uiteraard gezien de geschiedenis ook aandacht aan Karel de Grote wordt besteed. Aken is zelf in de Romeinse tijd ontstaan omdat die de bron ontdekten en er een nederzetting omheen bouwden. Maar de stad wordt pas belangrijk in de tijd van Karel de Grote die de Mariakerk uit laat breiden en er zijn woonplaats van maakt in de periode 700 – 800 na Christus. Karel is zo’n beetje de eerste geweest die een soort groot Europa heeft gemaakt wat wel gebeurde door met bruut geweld diverse volkeren te onderwerpen en te verplichten tot het Christendom wat voor de Paus reden was hem tot Rooms keizer te kronen. Het museum houdt het op zich wel zakelijk en verheerlijkt Karel niet, maar er is ook nergens een opmerking te vinden over dat brute geweld, wel dat hij een belangrijke rol heeft gespeeld in het verheffen van de kunsten en wetenschappen. Opmerkelijk is zijn handtekening die we later ook in het plaveisel van de binnenstad tegen komen.

Er is nog wel wat aandacht voor het feit dat zijn zonen na zijn dood het Rijk toch niet echt lekker in stand wisten te houden waarna we doorgaan met de stadsgeschiedenis waarbij wederom een keizer, namelijk Barbarossa, rond 1150 Aken stadsrechten en privileges gaf waardoor ongeveer vijf eeuwen lang behoorlijk wat keizers en vorsten in Aken gekroond zijn. In Aken is al vrij vroeg in de Middeleeuwen een lakenindustrie ontstaan en doordat men in de omgeving de nodige ertsen vond ook een messing- en koperindustrie. In 1656 heeft er een enorme stadsbrand gewoed die de Dom overleeft heeft. Als we later op de dag een drankje drinken in de “Domkeller” wat vlakbij de Dom ligt blijkt dat één van de huizen te zijn die heel snel na die brand weer opgebouwd is. Tijdens de Franse revolutie heeft men al snel de stadssleutels aan de Fransen overhandigd en is men een tijd onderdeel van Frankrijk geweest. Na het vertrek van de Fransen heeft men zich nog wat nadrukkelijker als kuuroord geprofileerd en tijdens WWI en WWII lag men aan het front met de nodige problemen van dien. Na WWI is men zelfs zeven jaar onderdeel van Belgie geweest en tijdens WWII is men serieus onder vuur komen te liggen maar is de Dom daar wederom zonder echte schade doorheen gekomen. In de huidige tijd profileert de stad zich vooral als Europees met ook de Karelsprijs die uitgereikt wordt aan mensen die zich inzetten voor de eenheid van Europa. Na een minuut of veertig hebben we wel een behoorlijk beeld van Aken gekregen.

 

 

Als we weer richting de Dom wandelen komen we langs de schatkamer die we dan eerst maar inlopen en € 7,= per persoon moet kosten. Eega moet een klein tasje bij dit bezoek toch in een kluisje stoppen waar ze een stuk voor terug moet lopen en geen zin in heeft. Uiteindelijk doe ik het bezoek alleen en moet wel toegeven dat de claim die men doet dat men één van de belangrijkste en best bewaarde collectie kerkschatten heeft klopt. Schitterende reliekenhouders met vooral een fraai borstbeeld van Karel zelf, zijn arm, een beeld van Petrus en de geboorte van Jezus zijn indrukwekkend. Een ander bijzonder fraai stuk is een drieluik met een gouden altaar voorzetstuk. Verrassend is dat men een kazuivel van Bernardus van Clairvaux uit 1170 heeft hangen. Er is een rondleiding gaande die ik wat probeer te ontlopen maar ik krijg wel mee dat de stukken met de meeste waarde die men heeft, twee kroontjes van de queen of York betreffen.

 

 

Vrij snel weer buiten om reisgezel niet te lang te laten wachten en doorgelopen naar de Dom die inmiddels open is en die ook behoorlijk druk wordt bezocht. Verrassend genoeg is die nog gratis maar moet er wel één euro betaald worden als je foto’s willen maken wat we dan maar doen. Bijzondere kerk, gebouwd in een achtkant met daaraan een schip, klein en donker maar met prachtig mozaiek werk. Dat mozaiek is in 1881 weer opnieuw aangebracht maar was al vanaf de bouw in de 8e eeuw aanwezig.

 

 

Na vijfentwintig minuten staan we weer buiten en drinken om de hoek bij de “Domkeller” allebei een frisje die contant afgerekend moet worden. Tegen twee uur zijn we terug in het hotel waar we een ruime siesta houden waarna we een bezoek aan de hotelbar brengen waar het bijzonder stil is en we samen een uur of anderhalf babbelend doorbrengen met voor de dame onder andere een cocktail en voor mij een prettige droge riesling uit de Pfalz die beduidend beter is als die van gisteren uit Rheinhessen. Het personeel verveelt zich een pukkel en het meisje dat de bediening doet is het eerste personeelslid in dit hotel wat iets minder vriendelijk is als de rest die we tot nu toe mee hebben mogen maken.

Nog even gelegen en gedoucht voor we naar restaurant “One and Only” vertrekken wat tegenover het hotel ligt en prima bevalt. Leuk ingericht, prettig zitten en een enthousiaste dame in de bediening die zich redelijk in het Nederlands redt wat zijn verrassende oorzaak vindt in de eigenaar die uit Amsterdam komt. De kokkin komt ook nog langs voor een praatje bij het hoofdgerecht. Helaas is het er wel erg stil met nog één ander dinerend stel en staan we al weer na anderhalf uur buiten wat wat ons betreft wel wat langer had mogen duren. We nemen beiden een drie gangen menu en vragen om bijpassende wijnen. Niet heel verrassend blijken de bijpassende wijnen vooral open wijnen op de wijnkaart te zijn maar die zijn wel prima. Ook komt er een fles water op tafel vergezeld van wat brood met olijfolie.

De start is een amuse van broccoli met abrikoos en Spaanse peper. Lekker van smaak maar wat lomp in de mond. Het voorgerecht van madame bestaat uit pittige gamba’s waar een Vermentino bij wordt geschonken die verrassend vol en fruitig is waar die meestal wat vegetaal zijn. Voor mij worden het coquilles St Jacques met een pasta van erwten en wortel wat een prima combinatie blijkt te zijn. De wijn is een Sancerre die lekker is. Als tussendoor volgt een coupe met een bolletje ananas ijs die drijft in wat Malibu en ook lekker is. Hoofdgerecht is voor ons beiden een flink stuk leng filet in een witte wijnsaus vergezeld van gevulde aardappel en spinazie en prei en smaakt ook weer prima. Hier is wel even wat discussie over de wijn, dat wordt een Italiaanse Chardonnay die mij wat te veel hout heeft en ik eigenlijk niet bij vis vind passen. We vragen om iets anders en dat wordt een hele leuke “queenie” van Dr Loosen in Bernkastel-Kues die ik stomtoevallig op internet al eens tegen ben gekomen zoekende naar een proeverij in dat stadje in verband met een toekomstig geplande Moezeltrip. Het is een wijn die men niet ieder jaar maakt en bestaat uit een blend van riesling, roter riesling, weissburgunder, grauburgunder en Gelber Traminer. In neus en smaak riesling prima te herkennen maar wel wat zachter in de afdronk en er zit gek genoeg wat vanille in. Navraag leert dat de wijn niet op hout gerijpt is dus dat moet toch van de druiven komen.

Dame neemt een dessert wat bestaat uit creme brulee met een espresso en ik ga aan een trio van creme brulee, chocolademousse en vanille-ijs met een glas witte Port. Tijdens het dessert worden we buiten nog verblijdt met optocht vergezeld van heel veel politie die lijkt te gaan over het ongewenste beleid van Trump richting Cuba. Als afsluiter allebei nog een cappuccino. Fijn gegeten, voor grote Duitse eters waarschijnlijk net te weinig maar voor ons prima, wel wat aan de prijs met € 212,=.

 

 

Dag 3 vrijdag

Gisteravond niet lang gelezen en vroeg het licht uit in de hoop op een betere nacht, wat wel lukt maar wederom nog niet bepaald top te noemen is. Hartmetingen vanochtend geven in ieder geval normale waardes en we zitten weer rond half negen aan het ontbijt waar het wederom rustig is en we na drie kwartier vertrekken precies als er ook de nodige gezinnen met kinderen aanschuiven. Ik maak een ander ommetje als gisteren en loop naar de st Adalbertkerk waar we vanuit het raam op uitkijken en loop dan naar het centrum om even te checken waar ons restaurant van vanavond zit. Dat blijkt onder in het stadhuis te zijn en nogal een steile klim het laatste stuk. Vandaag opvallend veel zwervers op straat zo vroeg in de ochtend en een helaas wat irritante miezer.

Vandaag naar het “Forum Ludwig” wat zo’n achthonderd meter lopen vanaf het hotel ligt de buitenwijken in. Dat betekent wel dat er opeens alleen nog maar door buitenlanders gedreven winkeltjes en horeca aan de straat grenzen. Het Forum wordt vooral bezocht door schoolkassen en heeft twee tentoonstellingen. De ene betreft een tentoonstelling die gemaakt is door de Amerikaanse kunstenares Amy Sillman op basis van stukken uit de collectie van de Ludwig foundation na 1960 die deels op door haar geschilderde borden zijn gehangen. Geen verkeerde tentoonstelling, naast bekende Amerikaanse namen als Warhol en Liechtstein veel Russisch, Bulgaars, West- en Oost-Duits, Chinees en Cubaans werk die niet al te wild zijn en vaak goed te volgen. Zeker ook een aantal mooie doeken waarbij een moderne versie van de Venus van Botticelli vooral opvalt maar waarvan nou net de naam van de kunstenaar niet terug te vinden is.

De tweede tentoonstelling is van een Taiwanees Amerikaanse kunstenares en filmmaakster Shu Lea Cheang en heet kiss kiss. Deze bestaat vooral uit een aantal grote multi-media composities waarbij we wat uitleg krijgen van een suppoost. Bij één van de opstellingen hadden we toch echt niet begrepen dat we de lettertjes die van e-mails afvallen die te zien zijn op grote geprojecteerde schermen en als compost moeten dienen voor de plantjes die er onder getekend zijn en de laag aarde die daaronder ligt. In het midden van de ruimte staan dan een aantal aquariums met daarin afval en wormen waarin ook compost wordt gemaakt. Toch handig dat we in ieder geval in praktische zin snappen wat we zien maar het blijft nog steeds raadselachtig wat hier nu precies mee bedoeld wordt. Wel knap is een enorm scherm waarop je in eerste instantie een schilderij denkt te zien maar wat een projectie is waarbij vorm, gender en kleur van het lichaam langzaam veranderd. Volgens de suppoost is het een foto van de kunstenares zelf die middels KI deze veranderingen ondergaat.

 

 

Als we na een uur weer naar buiten lopen vragen we aan de dame achter de balie wat het pand waar het Forum in zit vroeger is geweest. Het blijkt dat we in een oude fabriekshal staan waar vroeger parasols werden gemaakt. Het pand is uiteindelijk door de gemeente aan Peter Ludwig, die uit Aken kwam, ter beschikking geteld en als eerste van inmiddels iets van twintig musea ingericht met zijn kunst die hij samen met zijn vrouw Irene verzamelde. Het gebouw is wel aangepast door een architect die de buitengevel op sommige plekken met meer glas geopend heeft en in het midden een atrium heeft gemaakt. Als we vertellen wel eens in musea van Ludwig in Keulen en Koblenz zijn geweest blijkt dat de collectie in Keulen maar voor een deel van Ludwig is tot onze verrassing. Die twintig musea wisselen continu kunst met elkaar uit wat eigenlijk de grondgedachte is om zo veel musea over de hele wereld in te kunnen richten. De dame die dit alles verteld blijkt zelf ooit in Wenen in het museum te zijn geweest en daarbij eens de collectie tegen te zijn gekomen die ze ook al in Keulen had gezien dus dat maakt wel meteen duidelijk wat het nadeel aan bezoek aan een Ludwig museum kan zijn.

We houden een stop in het hotel waar we even rusten en vervolgens samen de stad in lopen voor een drankje en daarna onze eigen wegen te gaan. Het drankje gebeurd op de tweede verdieping van een grote winkel “Galeria” die heel erg veel overeenkomsten vertoond met onze Bijenkorf. Na een half uurtje gaat moeders winkelen en loop ik naar het Couven museum. Dat museum is een gebouw uit de 17e eeuw, wat in 1786 door de in die tijd toonaangevende Akense architect Couven is verbouwd en nog steeds voorzien van stijlkamers en muurafwerkingen uit die tijd. Uit de tijd van Couven vallen vooral de rococo schoorsteenmantels op. Veel stijlkamers zijn ingericht met meubels uit verschillende periodes zoals empire en biedermeier maar er zijn ook kamers ingericht naar wat in die tijd gangbaar was zoals een boudoir, Chinese kamer, kleine salon, feestzaal en dergelijke. Beneden is een ruimte als Apotheek ingericht wat in die tijd ook het geval was en werd gedreven door de familie Monheim. Een nazaat van die familie is de eerder genoemde Irene die met Peter Ludwig is getrouwd en je zou denken dat het geen toeval is dat er in twee ruimtes allemaal oude tegeltableau’s in de muren zijn verwerkt uit de collectie van Irene en Peter Ludwig.

Op zich geen onaardig museum, wat wel een tijdbeeld geeft en her en der over fraaie originele muurschilderingen, deurposten en doorgangen beschikt. In de Biedermeider kamer kom je ook een bijzondere kast en klok tegen maar het beeld wordt voor mij serieus verziekt door een tentoonstelling over kostuums en maskers van het Akens toneelgezelschap van de schouwburg, die me toch al totaal niet interesseren, die overal midden in kamers staan en de originele stukken bedekken en het overzicht van de ruimte verloren laten gaan. Na veertig minuten weer buiten en tien euro armer.

 

 

Terug in het hotel blijkt partner al weer aanwezig te zijn en gaat een deel van de middag verloren met lezen en wat dutten voor we tegen vier uur de hotelbar weer inwandelen waar het wederom stil is. Zelf twijfel ik even of ik voor een ander wijntje zal gaan maar besluit toch weer de riesling te nemen. Partner gaat voor een andere cocktail waar zo veel ijs in zit dat je het idee krijgt enigszins getild te worden. Wederom weten we tijd weer aardig vol te babbelen en is de conclusie vooral dat Aken niet gezellig is en we er niet zouden willen wonen. Aansluitend nog even gelegen en gedoucht voor we naar restaurant “Postwagen zum Ratskeller” vertrekken.

Daar is het chaotisch druk als we het café deel binnen lopen en duurt het even voor we kunnen melden dat we voor een diner gereserveerd hebben en nogal verrassend een kant op worden gestuurd waarbij we in de kelders van het Raadhuis uit komen. Hier heeft men twee eetzalen waar we slechts één ober ontwaren en duurt het wederom enige tijd voor we een tafeltje hebben. De hoeveelheid, vooral Duitse en Nederlandse, eters en het feit dat er maar één ober rond loopt doet ons vrezen dat het hier wel eens erg lang kan gaan duren maar dat valt achteraf wel mee. De man maakt zijn keuzes wat en wie eerst en raakt niet in de stress. Wel zijn we zo slim als we dan kunnen bestellen niet alleen een drankje maar ook gelijk het eten te bestellen. De drankjes worden een cola voor partner en zelf ga ik voor een blanc de noir van spatburgunder uit Baden die wel bevalt, had een tikkeltje droger mogen zijn maar wel een vette wijn wat ik soms ook wel eens lekker vind. Het eten wordt voor mij gebakken roastbief met pepersaus, aardappel gratin, wortel, broccoli en koopraap die me goed smaakt, al is het eten wel opvallend peperig zelfs zonder de pepersaus. Tafelgezel gaat voor “Kostliche knollen” wat in haar geval bestaat uit een enorme aardappel gevuld met kruiden kwark en daarbij gebakken paddenstoelen en salade. De desserts worden twee keer een chocolademousse van Belgische chocola met beerencreme en pistache, die laatste is wel erg beperkt aanwezig, vergezeld van twee cappuccino. Het ligt vooral nogal zwaar op de maag en het op krijgen vormt dan ook een uitdaging. We zijn blij als we na ruim anderhalf uur weer buiten staan want het is enorm bedompt in de ruimte omdat er voor ons gevoel geen ventilatie aanwezig is.

 

 

De wandeling terug gaat in regen en soms harde wind en is niet heel aangenaam maar we komen er wel weer een beetje van bij, in het restaurant zaten we toch behoorlijk in te kakken. De rest van de avond nog een flink stuk in het boek gelezen wat eigenlijk vooral aangeeft dat in die genoemde overgangsperiode maar heel weinig notabelen ook werkelijk het gezag van de op veel plekken vertrekkende Fransen over durfden te nemen. Vooral veel indekken zodat men bij terugkeer van de Fransen zou kunnen zeggen dat men slechts even op de winkel had gepast en proberen te voorkomen dat het volk in opstand zou komen. Pas toen duidelijk werd dat er uit naam van Oranje gesproken werd draaiden de meesten bij en is het vooral aardig om te lezen dat men ook wilde voorkomen dat de oude Patriciers van voor de Franse tijd weer aan de macht zouden komen. Aardig boek wel een beetje veel van hetzelfde door de keuze die de schrijver maakt om die periode in een twintigtal verschillende Nederlandse plaatsen onder de loep te nemen.

Dag 4 zaterdag

Ook deze nacht gaat niet al te best, waarschijnlijk ook omdat ik te veel jeuk begin te krijgen van mijn oordoppen en die dus niet in heb. Wat vroeger aan het ontbijt als de afgelopen twee dagen en ook wat eerder van tafel. Een kort wandelingetje door de regen en nog 54 euro parkeren afgerekend waarna we tegen half tien Aken uit rijden en het op de weg rustig is tot we stoppen bij parkeerplaats “grote bleek”, die tegenover “’t Haasje" ligt. Daarna opeens stukken drukker maar het lijkt dat we het weer in twee uur en een kwartier gaan doen tot we al in Utrecht zijn en er in de stad overal forse files staan. Uiteindelijk omgereden via het stadion wat nog redelijk goed doorrijdt maar wel pas een half uur later thuis als had gekund.